Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo)


Per 1 januari is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning ofwel Wmo in werking getreden. Meedoen is het motto van de Wmo. Het doel is dat alle burgers, jong en oud, met of zonder beperkingen, allochtoon of autochtoon in Nederland volwaardig aan de samenleving moeten kunnen meedoen. Dat is niet voor iedereen even vanzelfsprekend. Iedere burger heeft de verantwoordelijkheid om beperkingen en problemen eerst binnen zijn eigen netwerk op te lossen. Wanneer uiteindelijk toch professionele ondersteuning nodig is, is het de eigen gemeente waar de vraag om ondersteuning gesteld moet worden.

De Wmo geeft aan de gemeenten de taak om haar beleid zodanig in te richten dat alle burgers kunnen deelnemen aan de samenleving. Dat betekent voor elke gemeente maatwerk. Maatwerk vraagt om een actieve inbreng van de burgers en de gebruikers van de Wmo zelf bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van het Wmo-beleid. Zo kan de gemeente daadwerkelijk inspelen op de belangen en behoeftes van haar burgers. In de Wmo is vastgelegd dat de gemeente verplicht is om advies te vragen aan de gebruikers van de Wmo en vertegenwoordigers van lokale belangen- en cliëntenorganisaties, de zogenaamde cliëntenparticipatie Wmo.

Wmo-adviesorganen
Binnen de cliëntenparticipatie spelen de Wmo-platforms en –raden (hierna te noemen : Wmo- platforms) een belangrijke rol. Deze Wmo-adviesorganen vertalen de belangen en wensen van hun verschillende achterbannen in adviezen aan de gemeente over het te ontwikkelen Wmo-beleid. Een goed onderbouwde en tijdige inbreng van de gebruikers draagt bij aan een kwalitatief goede voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de Wmo. Daarvoor is een sterke cliëntenparticipatie nodig met een brede vertegenwoordiging van lokale belangenorganisaties.


Huis voor de Zorg ondersteunt



De Wmo-adviseurs van het Huis voor de Zorg bieden ondersteuning bij het realiseren en vormgeven van de Wmo-platforms en bij het opstarten en uitbouwen van de cliëntenparticipatie in Limburg. Ons uitgangspunt is dat we zoveel mogelijk aansluiten bij de bestaande lokale of regionale situatie en initiatieven. Daarnaast maken we ook notities, brochures, artikelen en overzichten die door alle Wmo-raden en –platforms gebruikt kunnen worden bij hun activiteiten.


Inventarisatie naar het functioneren van de lokale loketten in Limburg



Het Huis voor de Zorg heeft in samenwerking met de Faculteit MCZ van de Hogeschool Zuyd een eerste inventarisatie uitgevoerd naar het functioneren van de lokale Wmo-loketten in de provincie Limburg. Een half jaar na de invoering van de Wmo op 1 januari 2007 is bekeken hoe de loketten functioneren, wat ervaringen zijn van cliënten en hoe de (interne) organisatie van het loket verloopt.
De inventarisatie is gedaan onder de 40 Limburgse gemeenten en 420 leden van de Limburgse Wmo-platforms, zes maanden na invoering van de Wmo. Daarnaast is in twee gemeenten (Leudal en Sevenum) het functioneren van de interne organisatie van het lokale Wmo-loket (de front- en de backoffice) geïnventariseerd.
Het uitgebreide adviesrapport kan aangevraagd bij inge.vanschoten@huisvoordezorg.nl.

Van het adviesrapport is een korte brochure gemaakt. Daarnaast heeft het Huis voor de Zorg op basis van de uitkomsten van de inventarisatie een aantal aandachtspunten geformuleerd. De brochure en de aandachtspunten zijn in oktober 2007 verstuurd naar de Wmo-platforms als handreiking om het functioneren van het lokale Wmo-loket te toetsen en te verbeteren.
Klik hier voor de brochure
Klik hier voor de aandachtspunten


Werkplan Cliëntenparticipatie Wmo 2008: Bouwen aan lokale zeggenschap



Het Huis voor de Zorg heeft het Werkplan Cliëntenparticipatie 2008 geschreven als onderdeel van het driejarig landelijk stimuleringsprogramma Lokaal Centraal. Het stimuleringsprogramma heeft als doel de lokale cliëntenparticipatie in het kader van de Wmo te stimuleren.
In 2007 zijn in veel gemeenten keuzen gemaakt rond de invulling van de cliëntenparticipatie en veel Wmo-platforms functioneren inmiddels. Dit betekent dat er andere nieuwe ondersteuningsvragen worden gesteld, die in het werkplan voor 2008 zijn verwerkt.
Het werkplan voor 2008 bevat de volgende activiteiten:
  • Regionale afstemming en uitwisseling van de Wmo-platforms: Per jaar worden twee regionale bijeenkomsten van de leden van de Wmo-platfoms en het RZO WWZ in elke regio georganiseerd en ondersteund. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een aantal inventarisatieformulieren, ontwikkeld door het Wmo-team zoals de stand van zaken van de Wmo-participatie in Limburg; de lokale cliëntenparticipatie per gemeente; de matrix van inhoudelijke stand van zaken en de beleving en waardering Inventarisatie van standpunten van de lokale Wmo-raden.
  • Ondersteuning specifieke doelgroepen: Allochtonen, religieuze groepen en mantelzorgers hebben extra aandacht nodig om hun betrokkenheid bij de Wmo te realiseren. Hierin worden zij ondersteund door het Huis voor de Zorg, ondermeer door het schrijven van notities en visiedocumenten, het organiseren van scholing en het ondersteunen bij werven van lokale vertegenwoordigers.
  • Inhoudelijke advisering: De kracht van een Wmo-platform wordt mede bepaald door het leveren van goed onderbouwde adviezen aan de gemeente. Het Huis voor de Zorg gaat inhoudelijke notities schrijven over een aantal relevante terreinen voor zorgvragers. Deze terreinen zijn: Wmo-meerjarenbeleidsplan; civil society; informatievoorziening/cliëntondersteuning/lokale loket/indicatiestelling; evaluatie en aanpassing verordening; monitoring en uitvoering Wmo en klanttevredenheid.
  • Informatievoorziening: Burgers, lokale (cliënten)organisaties, Wmo-platforms etc. blijven behoefte houden aan actuele informatie en advies over de Wmo, de ontwikkelingen bij gemeenten, klachtenprocedures etc. het Huis voor de Zorg gaat een databank inrichten met daarin ondermeer gegevens over: stand van zaken per gemeente en per doelgroep; stand van zaken wat betreft beleidsinhoudelijke zaken; actuele ontwikkelingen op lokaal, regionaal, provinciaal en landelijk niveau; relevante nota’s, brochures en overzichten over Wmo-thema’s; overzicht van ‘good practices’ van informele en formele cliëntenparticipatie en overzicht van standpunten vanuit cliëntenperspectief.
  • Signalering: Er wordt een signaleringsfunctie ontwikkeld waarmee op lokaal niveau de knelpunten in de uitvoering van de Wmo kunnen worden geïnventariseerd. Vervolgens worden adviezen en/of verbeteracties op maat geformuleerd in samenwerking met de Wmo-platforms.
  • Zelfevaluatie en effectiviteit: Het Verweij-Jonker Instituut ontwikkelt in opdracht van Zorgbelang Nederland een instrument waarmee Wmo-platforms zichzelf kunnen beoordelen en evalueren. Het Huis voor de Zorg biedt ondersteuning aan een aantal Wmo-platforms in Limburg bij het toepassen van het instrument en het bespreken van de resultaten. De gegevens zullen na goedkeuring van de Wmo-platforms beschikbaar worden gesteld aan een landelijke databank.
  • Scholing en deskundigheidsbevordering: In 2006 is het Huis voor de Zorg gestart met het organiseren van een aantal basiscursussen Wmo. In 2007 is, naast de basiscursus Wmo, ook een module op maat aangeboden over het Wmo-meerjarenbeleidsplan. In 2008 blijft de mogelijkheid om een basiscursus te volgen en worden een aantal modules op maat aangeboden: de inbreng en betrokkenheid bij de klanttevredenheid-onderzoeken; achterbanraadpleging; mantelzorgondersteuning en scholing van allochtone belangenbehartigers.

De folder waarin de ondersteuningsmogelijkheden van de Wmo-cliëntenparticipatie van het Huis voor de Zorg op een rijtje worden gezet, is ook aangepast. De activiteiten van het Werkplan 2008 worden in deze folder kort uiteen gezet.
De folder kan worden aangevraagd bij inge.vanschoten@huisvoordezorg.nl of klik hier voor de folder.


Evaluatie cursus ‘Meerjaren beleidsplan Wmo



Na de succesvol verlopen basiscursus Wmo, die plaatsvond in december 2006 en januari 2007, heeft het Huis voor de Zorg, in samenwerking met Ottenheim Training en Advies, in juni en juli 2007 een volgende cursus op het gebied van de Wmo georganiseerd.
De cursus ‘Meerjaren beleidsplan Wmo’ was opnieuw bedoeld voor de vertegenwoordigers van zorgvragersorganisaties en andere belangenorganisaties in de Wmo-platforms. Het doel was om hen kennis en vaardigheden mee te geven waarmee ze in staat waren het gemeentelijk concept Meerjaren beleidsplan Wmo, die nu overal in de provincie verschijnen, goed te kunnen lezen, beoordelen en van advies te voorzien.

De cursussen zijn goed bezocht, in totaal 112 deelnemers, en werden door de meerderheid van de deelnemers als (zeer) positief beoordeeld. De inhoud en structuur van het programma, toepasbaarheid van de cursus, de deskundigheid van de docent en het materiaal scoorden hoog. Net als de manier van werken. Kritiek was er ondermeer over het gebrek aan tijd en het hoge tempo, zeker gezien de complexiteit en hoeveelheid van de inhoud.


Nieuwe Wmo-cursussen in 2008



Scholing en deskundigheidsbevordering is een onderdeel van het werkplan voor 2008. Nu de meerderheid van de Wmo-platforms de opstartfase, waarin met name de vorm en werkwijze is vastgesteld, achter de rug heeft, kan de aandacht gericht worden op de inhoudelijke advisering. Wat daarbij essentieel is, is dat de vertegenwoordigers van de verschillende zorgvragers en andere belangenorganisaties, informatie krijgen vanuit hun eigen achterban. Dat blijkt in de praktijk voor een heel aantal vertegenwoordigers een lastige klus.
Daarnaast is het belangrijk dat de Wmo-platforms signalen opvangen vanuit de burgers over Wmo-zaken, die niet goed lopen, zodat zij deze signalen kunnen neerleggen bij de gemeente en de uitkomst weer terugkoppelen.
De Wmo-raad fungeert dus idealiter als doorgeefluik tussen de achterban/burgers en de gemeente.
Het Huis voor de Zorg gaat een cursus organiseren waarin onder meer verschillende mogelijkheden voor achterbanraadpleging en signalering aan de orde komen.

Een andere cursus, die in voorbereiding is, zal dieper ingaan op het klanttevredenheidsonderzoek. In de Wmo is vastgelegd dat gemeenten elk jaar een klanttevredenheidsonderzoek moeten houden onder de gebruikers van de Wmo. Het eerste onderzoek moet uiterlijk 1 juli 2008 afgerond zijn. Bij het opstellen van het klanttevredenheidsonderzoek is de gemeente verplicht overleg te voeren met de zorgvragers- en andere belangenorganisaties.
Het doel van de cursus is om de leden van de Wmo-platforms voor te bereiden op het (mede) opstellen van de vragen uit het klanttevredenheidsonderzoek zodat de onderwerpen, die van belang zijn voor de zorgvragers, ook daadwerkelijk aan bod komen.



Nieuwe versie Werkdocument Meerjarenplan Wmo aandachtspunten en indicatoren



Het werkdocument Meerjarenplan Wmo, met daarin per prestatieveld een aantal aandachtspunten en prestatie-indicatoren, is gebruikt als basisdocument voor de cursus ‘Meerjaren beleidsplan Wmo’, die in juni en juli 2007 plaatsvond. Tijdens de cursus zijn een groot aantal aanvullingen opgesomd door de cursusdeelnemers. Deze zijn inmiddels verwerkt in de nieuwe versie van het Werkdocument, dat is toegestuurd aan alle leden van de Wmo-platforms.
Klik hier voor het Werkdocument versie 2.1


Vormen van Wmo-cliëntenparticipatie in Limburg



Het Wmo-team heeft geïnventariseerd hoe de stand van zaken is op het gebied van de Wmo-cliëntenparticipatie in de Limburgse gemeenten. Gegevens over ondermeer de aanwezigheid van een Wmo-raad en/of Wmo-platform en de juridische vorm per gemeente zijn opgenomen in een overzicht.
Klik hier voor de Vormen van Wmo-cliëntenparticipatie in Limburg


Overzicht tarieven Hulp bij het Huishouden



Het Huis voor de Zorg heeft bij alle 40 gemeenten in Limburg de tarieven opgevraagd voor de hulp bij het huishouden, voor zowel de Zorg in Natura (ZIN) als het persoonsgebonden budget (PGB). Voor de hulp bij het huishouden worden verschillende indelingen en dus ook verschillende tarieven gebruikt.
Een aantal gemeenten hanteert de indeling in 2 klassen te weten HH1 of basis en HH2 of plus. Een aantal andere gemeenten hanteert de indeling in 3 klassen, te weten HH1, HH2 en HH3.
  • HH1 of basis houdt in dat huishoudelijke werkzaamheden worden verricht zoals schoonmaken van woonruimte, slaapruimte, keuken en sanitair;verzorgen van textiel; bed opmaken; onderhoud van kleding en schoeisel; zorg voor voeding en een beperkte verzorging van huisdieren. Bij HH1of basis wordt verondersteld dat de cliënt in staat is om zelf de planning van de activiteiten te regisseren.
  • HH2 of plus houdt in dat naast de huishoudelijke werkzaamheden hulp, instructies en voorlichting gegeven wordt bij de organisatie van het huishouden, zoals planning van activiteiten; aandacht voor hygiëne; advies bij het kopen van levensmiddelen; beheer van levensmiddelenvoorraad en stimulering bij het deels zelf uitvoeren van activiteiten.
  • HH3 biedt ondersteuning bij een ontregelde huishouding als gevolg van een psychische stoornis. Activiteiten zijn dan ondermeer psychosociale begeleiding, advies, instructies en voorlichting.

Ook is aan de gemeenten gevraagd om inzicht te geven in de berekening van de eigen bijdragen. Alle gemeenten maken gebruik van de systematiek van het CAK (Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Zorgkosten) om de eigen bijdrage te berekenen.
Klik hier voor de CAK-systemathiek

De tarieven voor de hulp bij het huishouden zijn per gemeente en per indeling in een overzicht gezet.
Klik hier voor het overzicht
Overzicht aparte downloads



Informatiebladen ‘Lokale cliëntenparticipatie Wmo’



In deze informatiebladen wordt – per gemeente - informatie gegeven over de deelnemende organisaties aan het Wmo-platform of -of raad, adresgegevens van de contactpersoon, wethouder en ambtenaar en de (rechts)vorm van het platform- of raad.

klik hieronder op de gemeente van uw keuze


Inventarisatie Lokale cliëntenparticipatie Wmo per gemeente
Stand van zaken, november 2007

Regio Maasduinen
- Gemeente Bergen
- Gemeente Gennep
- Gemeente Mook en Middelaar

Regio Venray
- Gemeente Horst aan de Maas
- Gemeente Venray
- Gemeente Meerlo Wanssum
- Gemeente Sevenum

Regio Venlo
- Gemeente Venlo
- Gemeente Arcen en Velden
- Gemeente Beesel

Regio Helden
- Gemeente Helden
- Gemeente Kessel
- Gemeente Maasbree
- Gemeente Meijel

Regio Weerterkwartier
- Gemeente Weert
- Gemeente Nederweert

Regio Midden-Limburg Oost
- Gemeente Echt- Susteren
- Gemeente Maasgouw
- Gemeente Roerdalen
- Gemeente Roermond
- Gemeente Leudal

Regio Westelijke Mijnstreek
- Gemeente Sittard-Geleen
- Gemeente Beek
- Gemeente Stein
- Gemeente Schinnen

Regio Parkstad Limburg
- Gemeente Heerlen
- Gemeente Brunssum
- Gemeente Kerkrade
- Gemeente Landgraaf
- Gemeente Nuth
- Gemeente Onderbanken
- Gemeente Simpelveld
- Gemeente Voerendaal

Regio Maastricht-Mergelland
- Gemeente Maastricht
- Gemeente Eijsden
- Gemeente Gulpen-Wittem
- Gemeente Margraten
- Gemeente Meerssen
- Gemeente Vaals
- Gemeente Valkenburg aan de Geul


De Wmo en de CVTM-regeling (Coördinatie Vrijwillige Thuiszorg en Mantelzorg)

][

De komst van de Wmo heeft een aantal gevolgen voor kleine organisaties die tot 2007 gefinancierd werden vanuit rijksgelden, de zogenaamde CVTM-regeling (Coördinatie Vrijwillige Thuiszorg en Mantelzorg).
Lees verder>


Goed gereedschap voor Wmo-werkers



Het Huis voor de Zorg heeft een artikel geschreven waarin wordt toegelicht hoe het Werkdocument meerjarenplan Wmo aandachtspunten en indicatoren de Wmo-platforms kan ondersteunen bij de inhoudelijke advisering.
Lees verder>


Archief


Folder 'Overzicht rechtvormen voor overlegplatforms Wmo', maart 2007

Brief 'Procedure totstandkoming Wmo-meerjarenbeleidsplan', april 2007

Artikel 'Positieve vernieuwingskansen voor gemeenten door de Wmo', mei 2007